Overzicht medicijnen

DE MEDICIJNEN OP EEN RIJTJE

Hierna zullen een aantal veel gebruikte antipsychotica aan de orde komen. Telkens een stukje tekst, gevolgd door een profiel. In het profiel staan de voornaamste eigenschappen in werking en bijwerking opgesomd. Elders staan deze eigenschappen nog eens in een tabel samengevat.

De klassieke antipsychotica
Nieuwe of atypische antipsychotica
Middelen tegen bijwerkingen van de klassieke antipsychotica
Nieuwe ontwikkelingen


Toelichting bij de tekens: Verklaring van termen:
+      =   effect aangetoond
++    =   duidelijk effect
+++  =   sterk effect
±      =   soms
–      =   geen
sederend  =  kalmerend, dempend, slaperig makendbewegingsstoornissen  =  Parkinsonisme, spierstijfheid, verminderde beweeglijkheid, trillende handen en bewegingsonrust (akathisie)

 

De klassieke antipsychotica

Haldol

Stofnaam: haloperidol.

Dit middel is het bij schizofrenie meest gebruikte medicijn ter wereld.

Haldol is verkrijgbaar in tabletten van 1, 5, en 10 mg en in druppels. Er zijn ook ampullen voor de acute situatie en heloperidoldecanoaat, een inspuitbaar depot voor injectie eens per maand. Tegenwoordig wordt een dosering van 5 tot 20 mg aangehouden voor het bestrijden van een acute psychose. Als onderhoudsbehandeling kan een lagere dosering al voldoende zijn.

Vroeger werd 1 tot 3 mg Haldol bij acute psychosen gegeven en in sommige landen was het juist populair om “megadoseringen” toe te passen, wel tot 100 mg per dag. Het belangrijkste effect wordt veroorzaakt door blokkering van de dopamine receptoren. Als die eenmaal geblokkeerd zijn maakt meer van hetzelfde niet zoveel uit, behalve dat de patiënt meer bijwerkingen ervaart. Streven naar een zo laag mogelijke effectieve dosis in de onderhoudsfase lijkt in de praktijk de beste benadering. Ook bij lage doseringen is het, omdat het middel zo krachtig is, vaak nodig om iets tegen de bijwerkingen erbij te geven. Niet-blanke mensen, vooral van het creoolse (negroïde) ras zijn gevoeliger voor bijwerkingen. Bij hen is dus extra voorzichtigheid geboden.

  • antipsychotisch +++
  • sederend +
  • bewegingsstoornissen+++
  • bloeddrukverlagend +
  • droge mond/ wazig zien +

Impromen

Stofnaam: broomperidol.

Broomperidol is net als Haldol een krachtig antipsychoticum. Het is echter ongeschikt voor acute interventie. Anders dan Haldol bezet het zeer geleidelijk de receptoren in de hersenen waardoor het minder snel tot bewegingsstoornissen leidt

Er zijn tabletten van 1 en 5 mg , druppeltjes en een depotvorm voor maandelijke injectie.

Profiel als Haldol


Dipiperon

Stofnaam: pipamperon.

Als antipsychoticum is dit middel vele malen zwakker dan Haldol. Het is in de eerste plaats een serotonine blokker en pas bij hogere doseringen een duidelijke dopamine blokker.

Er zijn tabletten van 40 mg maar om een goede antipsychotische werking te verkrijgen zijn soms 6 tabletten of meer per dag nodig. Bij die dosering valt zowat iedereen in slaap! Dit is de reden waarom het tussen haakjes staat. Er is echter iets bijzonders met dit middel.

In lage dosering, (10 tot 40 mg per dag), heeft het een regulerende invloed op het slaappatroon. Het is echter geen slaapmiddel. Bij doseringen van 20 tot 80 mg reguleert het impulsief gedrag. Bij sommige patiënten kan het als onderhoudsbehandeling een psychose helpen voorkómen.

Profiel in lage dosering n.v.t.


Cisordinol

Stofnaam: zuclopentixol.

Dit middel heeft net als Fluanxol een andere chemische structuur dan de drie voorgaande middelen. Een belangrijk verschil met Haldol is dat het veel meer sederend is, d.w.z. dempend, kalmerend. Dit kan van pas komen bij acute en gevaarlijke toestanden. Voor de langere duur is het vanwege spierstijfheid en speekselvloed (kwijlen) ongeschikt.

Er zijn tabletten van 2, 10, 25 en 40 mg.

Meestal wordt aangehouden dat Cisordinol vijf maal zo hoog gedoseerd moet worden als Haldol. Een normale dosering zou dan zijn 25 tot 75 mg per dag. Ook hier geldt dat als onderhoudsbehandeling met minder kan worden volstaan.

Er zijn twee depotvormen: zowel voor enkele dagen (Acutard genaamd) als voor 2 tot 4 weken

  • antipsychotisch +++
  • sederend +++
  • bewegingsstoornissen ++
  • bloeddrukdaling ++
  • speekselvloed / wazig zien +++

Fluanxol

Stofnaam: flupentixol.

Familie van Cisordinol maar minder sederend (dempend).

Het wordt geleverd in tabletten van ½ , 1 en 5 mg.

Het middel heeft bekendheid om een gunstig effect in depotvorm in relatief lage dosering (20 tot 40 mg per 2 tot 4 weken).

Profiel als Cisordinol

  • sederend ++

Orap

Stofnaam: pimozide.

Dit middel komt weer uit een andere chemische groep. Orap is een afkorting van oraal anti-psychychoticum dat éénmaal per dag genomen kan worden. Dit is vaak een middel van eerste keus omdat het goed antipsychotisch werkt en weinig dempend en sloom makend is.

Er zijn tabletten van 1 mg en van 4 mg die ‘forte’ genoemd worden.

In doseringen van 4 tot 8 mg wordt het meestal goed verdragen, zonder dat anti-parkinson middelen nodig zijn. Waakzaamheid voor bijwerkingen blijft geboden maar het middel is geschikt voor langdurig gebruik.

  • antipsychotisch ++
  • sederend +
  • Bewegingsstoornissen+
  • bloeddrukverlagend +
  • droge mond / wazig zien –

Semap

Stofnaam: penfluridol.

Net als Orap is Semap krachtig antipsychotisch en weinig dempend.

Semap, beschikbaar als tabletten van 20 mg is ontwikkeld om één maal per week (van het frans:semaine) te geven. Dat is uniek onder de antipsychotica.

Vooral geschikt voor de mensen die iets tegen pillen hebben. Door dit middel hebben vele, vaak zwervende en in opvanghuizen verblijvende mensen, die makkelijk vergeten om dagelijks medicatie in te nemen, minder last van psychotische verschijnselen. Medewerkers van acute diensten, “rijdende psychiaters”, schrijven het nog al eens voor. Vergeten wordt vaak dat de patiënt de eerste dagen dagen na inname meer last heeft van bijwerkingen. Er hoort dus wel een anti-parkinsonmiddel bij. Later in de week is dat minder nodig. Zo zie je: het is onjuist om met een langwerkend middel te denken: “dat is makkelijk”. Juist bij langwerkende middelen moet je bedacht zijn op bijwerkingen aan het begin en aan het eind van de werking. Het blijkt namelijk dat aan het eind van de week de patiënt ook meer last heeft van bijwerkingen. Waarschijnlijk heeft dit te maken met het onverschilligheids-effect: in het midden van de week kan het de patiënt minder schelen!

Profiel als Orap


Largactil

Stofnaam: chloorpromazine.

Ook dit middel tussen haakjes. Hier betreden we het terrein van de geschiedenis. Dit was het eerste neurolepticum ter wereld. In 1952 werd door de fransman Delay de werking van dit middel bij acute psychosen voor het eerst beschreven. Largactil veroorzaakt aanzienlijk meer bijwerkingen dan Haldol.

In Nederland wordt Largactil, door de schade die het aan de lever kan veroorzaken, nauwelijks meer gebruikt.

  • antipsychotisch +++
  • sederend +++
  • bewegingsstoornissen ++
  • bloeddrukdaling +++
  • droge mond / wazig zien ++

Trilafon

Stofnaam: perfenazine

Een middel uit dezelfde groep klassieke antipsychotica als Cisordinol

Vroeger werd het veel gebruikt in combinatie met het antidepressivum Tryptizol, d.w.z. een middel tegen depressie.

Trilafon wordt weinig meer toegepast. Er is ook een depotpreparaat van beschikbaar.

  • antipsychotisch ++
  • sederend +
  • bewegingsstoornissen ++
  • bloeddrukdaling +
  • droge mond / wazig zien –

Anatensol

Stofnaam: flufenazine

Afgeleid van Largactil wordt dit middel toegepast omdat het relatief goed verdragen wordt.

Er worden dragees van 2 ½ mg en van 5 mg geleverd.

Het is vooral bekend als depotpreparaat Het lijkt alsof het (vooral in lage dosering) z’n naam eer aandoet: spanning verminderen, zonder dat je er erg slaperig van wordt.

  • antipsychotisch +++
  • sederend +
  • bewegingsstoornissen +++
  • bloeddrukdaling ++
  • droge mond / wazig zien +

Nieuwe of atypische antipsychotica

De nieuwe antipsychotica worden atypisch genoemd omdat ze geen verschijnselen veroorzaken die op de Ziekte van Parkinson lijken. De mate van binding aan dopamine-receptoren is geringer maar zij binden zich ook aan andere receptoren Dit verklaart voor een deel het feit dat ze naast een goede antipsychotische werking, ook in enige mate de negatieve symptomen verminderen (bijvoorbeeld door blokkade van serotonine receptoren). Er zijn ook aanwijzingen dat de bepaalde atypische middelen een verbeterende werking op het cognitief functioneren hebben. Dit betekent dat mensen met deze medicatie beter hun aandacht erbij kunnen houden, minder moeite hebben met het nemen van beslissingen.

Leponex

Stofnaam: clozapine

Het eerste atypische antipsychotische middel werkt op vele receptoren in de hersenen maar bezet de bekende dopamine-receptor waar de klassieke middelen op aangrijpen maximaal voor zestig procent. Het ziet er naar uit dat antipsychotica de dopaniereceptoren altijd in enige mate dienen te blokkeren, om voldoende antipsychotische werking te hebben Grote onderzoeken hebben aangetoond dat behandeling met Leponex effectief is bij patiënten die al vele andere middelen zonder succes hebben geprobeerd. Het middel werkt ook tegen de negatieve symptomen van schizofrenie ! De dosering is 300 tot 900 mg per dag (tabletten van 100 mg).

Clozapine is jaren geleden al met succes toegepast totdat bleek dat het bij sommige mensen een vermindering van de witte bloedlichaampjes veroorzaakte. Een aantal patiënten zijn tengevolge hiervan overleden. Het middel is toen uit de handel genomen. Onderzoek heeft aangetoond dat het hier niet om een bijwerking gaat waar iedereen in meer of mindere mate last van krijgt. Je kunt dus beter stellen dat sommige mensen het middel niet verdragen.

Het gebruik van clozapine vereist dus voorzorgsmaatregelen: de eerste achttien weken moeten wekelijks de witte bloedlichaampjes gecontroleerd worden. Daarna hoeft dit niet meer zo vaak. Wanneer de witte bloedlichaampjes dalen is extra voorzichtigheid geboden en als ze te ver dalen moet het gebruik van clozapine onmiddellijk worden gestopt. De witte bloedlichaampjes herstellen zich dan weer.

Ook clozapine heeft bijwerkingen: speekselvloed, meer slapen, gewichtstoename. Maar geen spierstijfheid, geen opgesloten gevoel e.d. Voor het eerst was er dus een middel dat ook tegen denegatieve symptomen werkte.

Van Leponex is inmiddels bekend dat je het lange tijd moet gebruiken, pas na een half jaar treedt het maximale effect op. Dit in tegenstelling tot de klassieke antipsychotica waarvan je meestal na 3 tot 4 weken kunt beoordelen of ze (gaan) werken of niet.

Leponex moet vanwege de bijwerkingen langzaam opgebouwd worden en het is raadzaam om eenmaal ingesteld het niet van de ene op de andere dag te staken. Er kan dan ontremming optreden die een eventuele terugkeer van psychose nog dramatischer maakt.

  • antipsychotisch +++
  • sederend +++
  • bewegingsstoornissen –
  • speekselvloed +++
  • bloeddrukdaling +++
  • gewichtstoename +
Intermezzo: enkele tips voor de gebruiker van Leponex

Begin overdag met een half tabletje van 25 mg, dan weet je wat je te wachten staat: slaperigheid. Zorg dat je ’s avonds wanneer je de eerste tablet van 25 mg inneemt in de buurt van je bed bent. Wacht niet met naar bed gaan want je kunt duizelig worden en omvallen. De kans is groot dat je goed slaapt en ’s morgens met moeite wakker te krijgen bent. Anders is dat wel de volgende avond wanneer je 50 mg inneemt.

Pas op bij het opstaan vanuit een voorovergebogen of liggende houding. Neem je tijd, doe maar alsof je een heel oud mannetje bent, eerst rechtop gaan zitten, gaat het? Dan gaan staan, hou je nog maar even goed vast. Zo gaat ie weer. De psychotische verschijnselen zij er nog steeds maar ze houden je niet meer uit je slaap en de angst kan al meteen afnemen.

Wanneer de dosering geleidelijk hoger wordt blijft dit alles zo’n beetje hetzelfde. Gek genoeg word je niet nog moeier. Wel kun je een enkele keer zo diep slapen dat je niet merkt dat je moet plassen. Niet vergeten voor dat je naar bed gaat dat te doen. Ook wordt je nu ’s morgens wakker met een nat kussen. Dat komt door de speekselvloed. Overdag heb je daar nauwelijks last van.

Ga door met ophogen van de Leponex tot 300 mg. Het prettigst is om alles in één keer te nemen voor het slapen. Dan heb je er overdag de minste last van.

Laat acht weken nadat je op 300 mg bent ingesteld een keer een extra buisje bloed afnemen voor het bepalen van de Leponex spiegel, dat is de concentratie van Leponex in je bloed. Dat moet 12 uur na inname gebeuren. Bij de meeste mensen ligt de werkzame spiegel tussen de 200 en 400 nanogram per ml. Als het goed werkt en de spiegel is te laag dan geeft dat natuurlijk niet. Als het niet goed werkt is ophogen tot maximaal 900 mg mogelijk.

Later: iets dat je vlak voor het slapengaan leest of probeert te leren zou de volgende dag wel eens door het diepe slapen vergeten kunnen zijn. Probeer je de dingen die je de volgende dag echt moet weten de avond tevoren al een keer te herinneren, dan gaat het beter.


Abilify

Stofnaam: aripiprazole

Abilify is een atypisch middel, met als belangrijkste kenmerk minder bewegingsstoornissen dan de klassieke middelen. Het is een zogenaamde dopamine stabilisator. Andere atypische middelen remmen overal in de hersenen de werking van de neurotransmitter dopamine, waardoor de positieve symptomen onderdrukt worden, maar deze algemene remming staat juist een goede bestrijding van de negatieve symptomen in de weg. Abilify werkt alleen daar tegen dopamine waar het nodig is om de positieve symptomen te onderdrukken. Op andere plaatsen werkt het juist stimulerend op dopamine en bestrijdt zo de negatieve symptomen bij schizofrenie.

Opvallend is dat Abilify niet sedeert: het geeft je het gevoel dat je eindelijk je energie weer terugkrijgt. Dit kan echter ook doorslaan naar een staat van opwinding waar de omgeving moeilijk mee uit de voeten kan.

Er zijn tabletten van 15 en 30 mg.

  • antipsychotisch ++
  • sederend –
  • bewegingsstoornissen +
  • bloeddrukdaling ±
  • droge mond / wazig zien ++
  • gewichtstoename ±

Dogmatil

Stofnaam: sulpiride.

Dit middel is niet klassiek omdat het andere dopamine-receptoren blokkeert. Het heeft dus ook niet of nauwelijks de bijwerking op de spieren. Het veroorzaakt, vooral in het begin van de behandeling, sufheid en slaperigheid.

Er zijn capsules van 50 mg (die meestal voor ander gebruik, bij duizeligheid en oorsuizen worden voorgeschreven) en tabletten van 400 mg.

Antipsychotische dosering is vanaf twee maal daags een halve tablet.

  • antipsychotisch ++
  • sederend ±
  • bewegingsstoornissen ±
  • bloeddrukdaling – (wordt zelfs wel tegen duizeligheidklachten gegeven)
  • droge mond / wazig zien ±

Risperdal

Stofnaam: risperidon

Dit middel blokkeert zowel de serotonine receptoren als de dopamine receptoren. Het is een krachtig antipsychoticum dat in hogere dosering (boven de 4 mg per dag) steeds meer “klassiek” wordt in het bijwerkingen profiel. Seksulele bijwerkingen kunnen optreden bij gebruik van Risperdal. Een minimale verlaging (0.5-1 mg) van de dosering kan al verlichting geven. Uit onderzoek is inmiddels gebleken dat ook Risperdal een verhoogd risico heeft op het ontwikkelen van suikerziekte.

Naast de gebruikelijke tabletvorm is Risperdal ook verkrijgbaar als drank en als snel oplossende ‘Quicklet’; een speciale tablet die direct op de tong uiteenvalt en met het speeksel wordt doorgeslikt. Opvallend is echter dat Risperdal als enige van de atypische middelen ook beschikbaar is in de vorm van een langwerkende injectievloeistof, onder de naam ‘Risperdal Consta’.

  • antipsychotisch +++
  • sederend –
  • bewegingsstoornissen ± (afhankelijk van dosis)
  • bloeddrukdaling ±
  • droge mond / wazig zien –

Seroquel

Stofnaam: quetiapine

In doseringen van 600 tot 800 mg blijkt Seroquel een effectief antipsychoticum. Je kan er de eerste twee weken alleen wat slaperig van worden.

Een goede reden om na de eerste gewenningsperiode (startverpakking voor de opbouwfase met 25 en 50 mg per tablet) de hele dosering (600 tot 800 mg) ’s avonds te nemen.

Mogelijk ligt de optimale dosering meer in de richting van 1200 mg.

  • antipsychotisch ++
  • sederend +++
  • bewegingsstoornissen –
  • bloeddrukdaling +
  • droge mond / wazig zien –


Zyprexa

Stofnaam: olanzapine

Dit middel is chemisch nauw verwant aan clozapine (Leponex). Heel gevoelige patiënten merken in het begin iets van Parkinsonisme, bijvoorbeeld aan het handschrift dat kriebeliger wordt. Na een tijdje merk je echter helemaal geen bijwerkingen meer, ook niet in de aanbevolen dosering bij acute psychosen (20 mg). Het geeft wel gewichtstoename, soms zelfs echt veel. Het is nog niet zeker wat daar exact de oorzaak van is. Waarschijnlijk hangt het samen met een verandering in de suikerstofwisseling zonder dat er direct sprake hoeft te zijn van suikerziekte.

Er zijn tabletten van 5, 7½ en 10 mg.

Sinds kort bestaan er tabletten die bij het in de mond nemen vrijwel direct oplossen. Doen alsof je ze inneemt en ze daarna uitspugen (heus, het komt niet weinig voor) is er niet meer bij.

  • antipsychotisch +++
  • sederend ++
  • bewegingsstoornissen ± (heel licht)
  • bloeddrukdaling ±
  • droge mond / wazig zien –
  • gewichtstoename +++

Middelen tegen bijwerkingen van de klassieke antipsychotica

Akineton (biperideen), een anti-parkinsonmiddel helpt onmiddellijk bij intraveneuze injectie door arts; vrij snel bij intramusculaire injectie door arts of verpleegkundige en na een tijdje (1/2 uur of langer), als tablet (2 mg).

Het wordt toegepast bij acute dystonie (=plotselinge spierkramp). Dit treedt meestal op aan het begin van gebruik: spasme van tong, aangezicht, nek, rug, middenrif. “De kat krabt de krullen van de trap” kan niet meer goed worden uitgesproken.

Aan het begin van de behandeling met klassieke antipsychotica is het verstandig altijd Akineton 2x daags 2mg of een ander anticholinergicum zoals Tremblex (dexetimide) 1x daags 0,1 mg ofArtane (trihexyfenidyl) te gebruiken om deze bijwerking te voorkómen.


Akineton, Tremblex en Artane zijn middelen die met succes kunnen worden toegepast bijParkinsonisme (= spierstijfheid, verminderde beweeglijkheid). Bij veel last van Parkinsonisme dient men behalve aan verlaging van de dosis van het neurolepticum ook aan clozapine te gaan denken (of een ander atypisch antipsychoticum).


Propanolol (een zgn. bètablokker) wordt gegeven tegen akathisie (=onrust, niet stil kunnen zitten) Deze bijwerking, die ondraaglijk kan zijn, treedt vaak op samen met Parkinsonisme maar kan ook optreden zonder dat er duidelijk Parkinsonisme aanwezig is. De dosis (van het neurolepticum) verlagen is het beste maar als de ernst van de toestand dit niet toelaat kan propanolol 20 tot 80 mg per dag goed helpen.


Er is nog geen middel tegen tardieve dyskinesie (=laat optredende bewegingsstoornissen). Dosisvermindering verergert in eerste instantie de tardieve dyskinesie. Dosis verhoging helpt (!) maar dit kan natuurlijk niet de juiste handelwijze zijn. Een ander neurolepticum erbij geven zoalsTiapridal (verder nooit gebruikt) is al even misleidend. Middelen als Akineton kunnen beter gestaakt worden, ze lijken het te verergeren. Overigens: de patiënten hebben zelf opmerkelijk weinig last van deze bewegingsstoornis.


Benzodiazepines zijn al eerder besproken in het kader van angst en slaapstoornissen. Heftige bijwerkingen van klassieke antipsychotica kunnen een heel angstig gevoel geven. Wanneer iemand niet op de hoogte is van de mogelijke bijwerkingen is dit eens te meer het geval. Een benzodiazepine kan een aanvulling zijn op de bovengenoemde middelen.


Bij de behandeling van epileptische aanvallen worden benzodiazepines ook gebruikt, meestal de langwerkende middelen zoals Valium (diazepam)of Rivotril (clonazepam). Epileptische aanvallen kunnen door alle neuroleptica, vooral door clozapine, makkelijker optreden!


Nieuwe ontwikkelingen

Over de hele wereld wordt wetenschappelijk onderzoek verricht naar schizofrenie. De behandeling met medicijnen is de laatste jaren zeer in de belangstelling komen te staan door de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. We zoeken een middel dat goed werkt tegen psychose (positieve symptomen) en tegen de negatieve symptomen. We zoeken een middel dat geen bijwerkingen heeft en dat goed verdragen wordt door de mensen die het moeten gebruiken.

Wanneer je de bijsluiter van clozapine (Leponex) of risperidon (Risperdal) leest dan is meteen duidelijk dat we nog geen middelen hebben gevonden die goed werken en helemaal geen bijwerkingen hebben. Overigens moet over de tekst van bijsluiters wel eerst iets algemeens gezegd worden: in de bijsluitertekst staan alle mogelijke bijwerkingen opgesomd. Het is een verplichting van de wet op de geneesmiddelen, maar het is ook zo dat de fabrikant zich hiermee indekt tegen schadeclaims.

Een nieuw geneesmiddel moet:

  • beter werken dan een pil waar niks in zit (placebo)
  • beter werken dan een bestaand middel (Haldol) of net zo goed maar met minder bijwerkingen.

Er zijn vele manieren om een nieuw geneesmiddel te ontwikkelen. Neem een stof die werkt, verander er een beetje aan en kijk of het beter of slechter werkt. Op deze manier (ook wel de methode van het kleinst patenteerbare verschil genoemd) zijn er een heleboel antipsychotica op de markt gekomen die in deze brochure maar overgeslagen zijn. Toch zijn er langs deze weg een aantal middelen ontwikkeld die bijzonder geslaagd zijn. Olanzapine (Zyprexa) is daar een voorbeeld daarvan.

Een andere manier van geneesmiddelen ontwikkelen is meer gebaseerd op theorieën over schizofrenie. Clozapine heeft wel duidelijk gemaakt dat schizofrenie niet alleen maar een teveel aan dopamine in bepaalde hersen-delen is. Risperidon is een voorbeeld van een middel dat heel precies twee neurotransmitters blokkeert, en wel in een bepaalde verhouding

Nieuwe medicijnen worden ontwikkeld in een laboratorium. Eerst wordt het duizenden keren op dieren toegepast om te zien wat het allemaal doet. Dan volgt voorzichtige toepassing op gezonde vrijwilligers en een aantal patiënten. Als er geen ongelukken gebeuren kan het op grotere schaal worden geprobeerd. Een aantal ziekenhuizen doen aan zo’n onderzoek mee.

In deze brochure kan niet op alle facetten van het geneesmiddelenonderzoek worden ingegaan. De bedoeling is dat patiënten en familieleden kritische vragen kunnen leren stellen over het al of niet nuttig zijn van een behandeling of een experiment. Veel patiënten en familieleden willen niet aan onderzoek meedoen wanneer er na afloop van de studie niet met het middel doorgegaan mag worden. Dit is maar bij enkele studies het geval. Echter: het leed van een later optredend onheil bij gebruik van een ongeregistreerd middel is niet te overzien. Het is dus misschien wel teleurstellend als een studie is afgelopen maar het is absoluut veiliger om niet door te gaan met een experiment.

Van een geneesmiddelenstudie wordt, ten slotte, niet alleen de fabrikant wijzer. De werking van een experimenteel geneesmiddel op de patiënt kan ook veel aanwijzigen geven over de richting waarin gezocht moet worden onder de bestaande medicijnen.

De basis van deze tekst schreef psychiater Jeroen van der Linden op verzoek van de stichting Nu voor Later.