Wonen en psychiatrie
De meeste psychiatrische patienten wonen in Nederland - afhankelijk van de ernst van hun ziekte - in een psychiatrisch ziekenhuis, in een instelling voor beschermd wonen (RIBW), bij familie of zelfstandig. Steeds meer zijn familieleden betrokken bij de ontwikkeling van woonvoorzieningen voor psychiatrische patienten. Ypsilon ontwikkelde een visie op wonen in de psychiatrie en zette het Expertisecentrum Wonen op.
RIBW in Nederland
Tot het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw bestonden er buiten de psychiatrische ziekenhuizen talrijke, zeer uiteenlopende voorzieningen voor psychiatrische patiënten die niet zelfstandig konden wonen, zoals hostels, pensions en resocialisatiehuizen. De meeste van deze voorzieningen kwamen voort uit particulier initiatief. Toen de overheid besloot dat in het kader van de vermaatschappelijking het aantal bedden in psychiatrische ziekenhuizen omlaag moest, besefte men dat dit alleen maar kon als er meer en beter toegeruste woonvoorzieningen zouden komen. Hiertoe werden door de overheid de Regionale Instellingen voor Beschermd Wonen (RIBW) opgericht die onder de GGZ kwamen te vallen. Een grote toename in capaciteit werd gerealiseerd toen vanaf 1989 de RIBW’s door de AWBZ werden gefinancierd.
Over heel Nederland verspreid zijn er momenteel zo’n 40 RIBW’s. Iets meer dan de helft hiervan is geheel zelfstandig. Van de rest is het merendeel de afgelopen jaren gefuseerd met een GGZ-instelling of een RIAGG. Daarnaast zijn er ook nog RIBW’s die weer deel uitmaken van een heel aparte organisatie. Zo hebben bijvoorbeeld het Leger des Heils en de Volksbond (de vroegere drankbestrijding) enkele beschermde woonvormen in beheer. Ook bestaan er nog woonvormen, meestal aan de rand van een psychiatrisch ziekenhuis gesitueerd, die ’beschut wonen’ of ‘sociowoningen’ genoemd worden, maar in feite ook een beschermde woonvorm zijn
In totaal wonen er in Nederland momenteel zo’n 9000 mensen in de RIBW. Het totale aantal woonlocaties is niet zo gemakkelijk te achterhalen maar bedraagt tussen de 500 en 1000.
In totaal ontvangen zo’n 7000 mensen via een RIBW ambulante woonbegeleiding. Naast de RIBW verlenen ook andere GGZ-organisaties zogenaamde zorg-aan-huis. Onder de noemer ambulante woonbegeleiding of begeleid (zelfstandig) wonen gaat een grote groep projecten schuil die zich richt op GGZ-cliënten die redelijk zelfstandig kunnen wonen en functioneren. De woonbegeleiding, doorgaans een beperkt aantal uren per week, wordt betaald door de AWBZ. De huur (minus evt. huurtoeslag, energiekosten en alle overige kosten voor levensonderhoud) moet de cliënt zelf betalen.
Het beschermd wonen zelf is ook aan het veranderen. Bestond in de beginjaren voornamelijk de mogelijkheid van groepswonen, tegenwoordig probeert men veel meer met ieders mogelijkheden en wensen rekening te houden en streeft men naar een meer gevarieerd aanbod aan woonmogelijkheden. De door de overheid gehanteerde norm van het aantal vierkante meters woonruimte per cliënt is ook verruimd.
Bij beschermd wonen wordt het wonen en alles wat daar bij komt kijken, het eten en de begeleiding via de AWBZ betaald. De cliënt betaalt een eigen bijdrage waarvan de hoogte afhangt van zijn inkomen. Bij het veel voorkomende inkomen van RIBW bewoners, de Wajonguitkering, blijft er zo’n 330 euro per maand over als zak- en kleedgeld. Als iemand van beschermd naar begeleid zelfstandig wonen overstapt krijgt hij het financieel nog wel eens krapper.


(nog) geen diagnose